top of page

Camponotus ligniperda Verzorgingsgids: De Gewone Reuzenmier

3 dagen geleden
5 minuten om te lezen

Camponotus ligniperda, de gewone reuzenmier, is een van de grootste mieren van Europa: een grote, glanzende mier met een roodbruin borststuk en een zwarte kop en zwart achterlijf. Een kolonie heeft kleine werksters en indrukwekkende soldaten met een grote kop, dus er is altijd iets te zien. Het is een makkelijke soort die tegen een foutje kan, zolang je ze maar de tijd geeft. De eerste jaren komen er maar een paar werksters bij, maar zodra de kolonie stabiel is, gaat het hard. Een mooie keuze voor beginners die van grote mieren houden en een langzame start niet erg vinden.


In het kort

  • Herkomst: grote delen van Europa, van Frankrijk en Duitsland naar het oosten

  • Moeilijkheid: beginner

  • Kolonievorm: ƩƩn koningin per kolonie

  • Werksters: in allerlei maten, van kleine werksters tot grote soldaten

  • Groei: eerst langzaam, daarna snel

  • Koloniegrootte: groot

  • Temperatuur: kamertemperatuur, met wat extra warmte in voorjaar en zomer

  • Vochtigheid: vooral droog, met ƩƩn licht vochtig plekje

  • Winterrust: nodig

  • Belangrijkste tip: geef ze de tijd


De grootste koningin van Europa

Wil je echt een grote koningin? Dan is dit je soort. Camponotus ligniperda heeft de grootste koninginnen van alle Europese mieren, ongeveer 16 tot 18 mm, en nog indrukwekkender als haar achterlijf vol eitjes zit. De werksters zijn ook groot, maar de titel voor de grootste werksters gaat naar een andere soort. In onze ervaring zijn de soldaten van Camponotus barbaricus uit het Middellandse Zeegebied nog groter en steviger. Dus: de grootste koningin is een ligniperda, de grootste werksters zijn barbaricus.


Grote werkster van Camponotus ligniperda op zandgrond
Foto: een grote werkster van Camponotus ligniperda

Uiterlijk en grootte

De werksters hebben een roodbruin borststuk, vaak met wat rood aan het begin van het achterlijf, en een zwarte kop en een zwart achterlijf die glanzen in het licht. In een kolonie zie je werksters in allerlei maten. De kleine werksters zijn al middelgroot, ongeveer 7 tot 10 mm, en de soldaten zijn veel groter, met een brede kop en sterke kaken. Camponotus ligniperda lijkt veel op de bergreuzenmier, Camponotus herculeanus, maar is groter, feller van kleur en heeft een glanzender achterlijf. Benieuwd hoe ze zich verhoudt tot andere reuzenmieren? Lees dan onze persoonlijke gids over de ondergeslachten van Camponotus.


Werkster van Camponotus ligniperda van bovenaf, met rood aan het begin van het zwarte achterlijf
Foto: het rode begin van het achterlijf en de glanzende zwarte kop

Waar leven ze?

Camponotus ligniperda leeft in grote delen van Europa. In de natuur nestelt ze in dood hout, boomstronken en onder stenen, vooral aan zonnige, droge bosranden en open plekken in het bos. Vergeleken met de bergreuzenmier zoekt ze warmere en drogere plekken op. Grote kolonies kunnen verspreid zitten over meerdere nesten in de buurt, en soms trekken ze zelfs in houten delen van gebouwen.


Werkster van Camponotus ligniperda op boomschors
Foto: Camponotus ligniperda op dood hout, haar favoriete nestplek

Een kolonie starten

Een kolonie heeft ƩƩn koningin. Na de bruidsvlucht, eind voorjaar of begin zomer, begint de koningin haar kolonie alleen en heeft ze geen eten nodig tot de eerste werksters er zijn. Laat haar met rust in haar dichte reageerbuis op een rustige plek. In onze reageerbuisgids lees je hoe je die klaarmaakt.


Groei: geef ze de tijd

Dit is de belangrijkste tip voor deze soort. De eerste jaren gaan langzaam en de kolonie blijft klein. Laat je daar niet door afschrikken: zodra de kolonie stabiel is, gaat de groei sneller en kan ze uitgroeien tot een grote kolonie met heel veel soldaten. Houd de opstelling simpel en rustig en laat de kolonie in haar eigen tempo groeien. Die langzame eerste jaren zijn normaal en betekenen niet dat er iets mis is.


Werksters van Camponotus ligniperda tussen veel poppen in het nest
Foto: een groeiende kolonie met veel poppen

Warmte

Kamertemperatuur is prima, maar in het voorjaar en de zomer hebben ze echt baat bij wat extra warmte. Een warm plekje aan ƩƩn kant van de opstelling laat het broed en de poppen sneller groeien en geeft de kolonie een boost. Laat altijd een koelere kant over, zodat de kolonie zelf kan kiezen. Let op: de stand van een warmtemat is niet de temperatuur in het nest, dus kijk waar de mieren hun broed neerleggen.


Winterrust

Een koele winterrust is elk jaar nodig. In onze ervaring gaat Camponotus ligniperda al vroeg in de herfst rustiger aan en wordt ze ook vroeg in het voorjaar weer wakker. Volg dus de kolonie en niet de kalender: worden ze in de herfst minder actief en eten ze niet meer, dan is het tijd om ze op een koele plek te zetten. Geef tijdens de rust weinig eten, maar zorg altijd voor water.


Vocht en water

Houd het nest vooral droog met ƩƩn licht vochtig plekje, en zorg altijd voor water, bijvoorbeeld uit een reageerbuis. Een nat nest is niet goed: condens, waterdruppels of schimmel betekenen dat het te nat is.


Voer

  • Suiker: suikerwater of honingwater als belangrijkste energiebron.

  • Insecten: krekels, meelwormen of andere voerdieren, in stukjes voor een jonge kolonie. Vries insecten die je buiten vangt eerst in.

  • Porties: kleine porties voor een jonge kolonie, meer als de kolonie groeit. Haal restjes weg.

  • Water: zorg altijd voor schoon water, bijvoorbeeld uit een reageerbuis.


Meer over voeren lees je in Wat eten mieren?.


Huisvesting

  • Startende koningin: laat haar met rust in haar dichte reageerbuis tot de eerste werksters er zijn.

  • Jonge kolonie: houd ze in de reageerbuis met een kleine buitenwereld, zoals de All-In-One Test Tube Outworld Small of de Mini Outworld V2. Laat ze daar wonen tot de kolonie ongeveer 20 werksters of meer heeft.

  • Grotere kolonie: vanaf ongeveer 20 werksters zet je ze over naar een droog nest. Een middelgroot gaasnest, en later een groot gaasnest, werkt goed.

  • Sterke kaken: omdat ze zo groot zijn, hebben de soldaten sterke kaken. Houd daar rekening mee als je een nest kiest voor een grote kolonie.


Gedrag en rust

Grote kolonies reuzenmieren voelen zich het best op een rustige plek. Verplaats ze niet vaak en kijk niet elke dag. De werksters steken niet, maar kunnen bijten en mierenzuur spuiten als je ze stoort. In de natuur verdedigen ze hun nest fel, en bij gevaar tikken ze met hun kaken op de nestwanden om de rest van de kolonie te waarschuwen. Tegen andere mieren kunnen ze flink van zich afbijten, maar voor mensen is hun beet niets om je zorgen over te maken.


Werksters van Camponotus ligniperda in verschillende maten bij een nestingang in de grond
Foto: werksters in verschillende maten bij de nestingang

Is Camponotus ligniperda iets voor jou?

Camponotus ligniperda is een mooie keuze als je van grote mieren houdt en wat geduld hebt. Ze is makkelijk te verzorgen, kan tegen een foutje en groeit, als ze eenmaal op gang is, uit tot een indrukwekkende kolonie met grote soldaten en de grootste koningin die je in Europa kunt vinden. Bekijk onze Camponotus ligniperda kolonies.


Bronnen

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page