top of page

Camponotus nicobarensis Verzorgingsgids: de Aziatische Reuzenmier

4 dagen geleden
5 minuten om te lezen

Camponotus nicobarensis, in Nederland bekend als de Aziatische reuzenmier, komt uit Zuid- en Zuidoost-Aziƫ en is een van de populairste Camponotus-soorten in de hobby. Kolonies zijn sterk polymorf: slanke, roodbruine werksters foerageren naast majors met grote oranje koppen. De soort is actief, makkelijk te voeren en vergeeft kleine foutjes. Daarmee is het de beste keuze als je wilt beginnen met je eerste exotische mier.


In deze gids lees je alles over het verzorgen van een gezonde kolonie, van een koningin in een reageerbuis tot een grote kolonie vol majors. Je zult zien dat we zelden exacte getallen noemen. Elke kolonie ontwikkelt zich anders, zelfs onder dezelfde omstandigheden. Daarom leggen we vooral uit waar je op let.



Camponotus nicobarensis in het kort

  • Herkomst: Zuid- en Zuidoost-AziĆ«

  • Kolonie: ƩƩn of meerdere koninginnen, waarbij ƩƩn koningin de eitjes legt

  • Groei: rustige start, daarna erg snel als het warm is

  • Temperatuur: warm, met een verwarmde kant buiten de winter

  • Winterrust: aanbevolen, van november tot maart

  • Vocht: relatief droog, nooit te nat

  • Voeding: suikers en insecten, ze eten vrijwel alles

  • Niveau: geschikt voor beginners



Uiterlijk en grootte

Werksters zijn slank en roodbruin met lange poten, de typische bouw van het ondergeslacht Tanaemyrmex, ook wel de slanke reuzenmieren genoemd. Meer over deze groep lees je in onze gids over de ondergeslachten van Camponotus.


De soort is sterk polymorf. De kleinste werksters (minors) zijn ongeveer 6 tot 8 mm, de majors worden rond de 12 tot 14 mm en hebben grote oranje koppen met sterke kaken. Koninginnen zijn ongeveer 15 tot 17 mm. De eerste werksters van een jonge koningin zijn altijd klein. Majors komen pas als de kolonie groter is en goed gevoerd wordt, dus schrik niet als je eerste werksters piepklein zijn.



EƩn koningin of meerdere?

Of koninginnen samen kunnen leven, hangt af van de regio waar een kolonie vandaan komt. Sommige populaties accepteren meerdere koninginnen, andere niet. Wij houden Camponotus nicobarensis altijd al met meerdere koninginnen, zonder problemen. In onze shop kies je kolonies met ƩƩn tot vijf koninginnen.


Hoeveel koninginnen een kolonie ook heeft, ƩƩn dominante koningin legt alle eitjes. De andere koninginnen leven gewoon met haar mee. Een kolonie met meerdere koninginnen is leuk om te zien, maar verwacht niet dat die meerdere keren zo snel groeit. Probeer nooit zelf koninginnen uit verschillende kolonies samen te voegen, want dat eindigt meestal in een gevecht.



Een kolonie starten

Koninginnen van Camponotus nicobarensis starten volledig claustraal. Na de paring sluit de koningin zich op en brengt ze haar eerste werksters groot op haar eigen reserves. Ze heeft dus geen voer nodig tot die werksters er zijn. Een eenvoudige reageerbuisopstelling is alles wat ze nodig heeft. Houd het donker en rustig en kijk zo min mogelijk.


Hoe lang het duurt voordat de eerste werksters er zijn, hangt vooral af van de temperatuur. Een warme koningin is sneller dan een koningin op kamertemperatuur, dus we noemen geen vaste termijn. Zoals bij elke Camponotus is de start rustig. Zijn de eerste werksters er, geef dan een druppel suikerwater en een klein insect, en een kleine buitenwereld om in te foerageren.



Groei: rustige start, daarna snel

Voor een Camponotus is de tijd van ei tot werkster relatief kort. Daardoor kan een warme, goed gevoerde kolonie explosief groeien zodra er een flinke groep werksters is. Volwassen kolonies kunnen enkele duizenden werksters tellen.


Hoe snel jouw kolonie groeit, hangt af van warmte, het aantal koninginnen en de kolonie zelf. Twee kolonies naast elkaar onder precies dezelfde omstandigheden kunnen zich toch totaal anders ontwikkelen, en dat maakt mieren houden juist leuk. Groeit je nest sneller vol dan je wilt? Voer dan wat minder. Minder voer remt de groei gewoon af.



Temperatuur en verwarming

Buiten de winterperiode is verwarming aan te raden. Verwarm één kant van het nest, zodat de kolonie zelf een plek kan kiezen. De mieren leggen hun broed naar de warmte toe als ze dat willen, en ervan af als het te warm wordt. Aan de warme kant werkt een temperatuur van ongeveer 26 tot 30°C goed.


Let op: de stand van je warmtemat is niet de temperatuur in het nest. Een dik nest op een warmtemat die op 25°C staat, kan van binnen nog bijna kamertemperatuur zijn. Voel hoe warm het nest zelf is en kijk waar de mieren hun broed leggen. Dat zegt meer dan het getal op de thermostaat. Met een warmtemat met temperatuurregelaar stel je het makkelijk bij.



Winterrust

Een winterrust is aan te raden. Hoe streng die moet zijn, hangt af van waar een kolonie vandaan komt. De meeste Camponotus nicobarensis die online wordt verkocht, komt uit een regio in China met koelere winters, en die kolonies doen het het best met elk jaar een rustigere periode.


Stop van november tot maart met verwarmen en houd de kolonie iets koeler dan de rest van het jaar, bijvoorbeeld in een onverwarmde kamer. De rust is veel minder streng dan bij Europese soorten, een koelkast is dus niet nodig. De activiteit neemt af en de koningin legt minder eitjes. Zet in het voorjaar de verwarming weer aan en de kolonie komt weer op gang.



Vocht en water

Camponotus nicobarensis houdt niet van te nat. Houd het nest relatief droog, met ƩƩn plek die licht vochtig blijft. Bevochtig af en toe, maar zet het nest nooit blank. Zie je waterdruppels, condens of schimmel, dan is het te nat. Kruipen alle mieren rond de vochtige plek, dan is het tijd voor een beetje water.


Geef de kolonie altijd een aparte waterbron in de buitenwereld, zoals een reageerbuis met water en een wattenprop. Zo kunnen ze drinken wanneer ze willen, los van het vocht in het nest.



Voeding

Voeren is makkelijk, want deze soort eet vrijwel alles. Geef suikers in de vorm van suikerwater, suikergelei of honingwater, en insecten voor eiwitten, zoals fruitvliegjes, krekels, meelwormen of kakkerlakken. De werksters draaien op suiker, de koningin en de larven hebben eiwitten nodig om te groeien.


Stem de hoeveelheid af op de grootte van je kolonie en haal restjes weg voordat ze gaan schimmelen. Gebruik geen insecten die je buiten vangt, want die kunnen mijten of bestrijdingsmiddelen meebrengen. En onthoud: minder voeren is de makkelijkste manier om een kolonie die te hard groeit af te remmen.



Huisvesting

Dit is een heel veelzijdige soort, dus al onze nesten zijn geschikt. Begin met de reageerbuis en een kleine buitenwereld en verhuis de kolonie naar een nest zodra de reageerbuis vol raakt. Geef een kleine kolonie niet meteen een enorm nest, want mieren voelen zich veiliger in een ruimte die bij hun grootte past.


Voor grotere kolonies werkt het Avalon Ant Nest met zijn grote kamers perfect. De grote majors hebben er volop ruimte en je ziet alles wat er binnen gebeurt. Sluit het aan op een buitenwereld waarin de kolonie genoeg ruimte heeft om te foerageren.



Gedrag, bijten en ontsnappen

Camponotus nicobarensis is actief en makkelijk te observeren. Werksters foerageren openlijk in de buitenwereld en je ziet vaak majors patrouilleren of grote prooien sjouwen. Majors kunnen bijten als ze zich bedreigd voelen. Gevaarlijk is het niet, maar je voelt het wel, dus werk rustig en houd je handen zoveel mogelijk uit de buitenwereld.


Het zijn ook goede klimmers. Gebruik een anti-ontsnappingsbarriĆØre op de wanden van je buitenwereld en zorg dat deksels en verbindingen goed sluiten. Lees hoe je voorkomt dat je mieren ontsnappen voor de opties die het best werken.



Is Camponotus nicobarensis iets voor jou?

Wil je je eerste exotische mier, dan is dit de soort die wij het meest aanraden. Hij is vergevingsgezind, makkelijk te voeren en groeit snel als hij eenmaal op gang is, en de majors met hun oranje koppen trekken altijd de aandacht. Je hoeft alleen rekening te houden met wat verwarming, een rustige winterrust en een veilige buitenwereld.


Onze kolonies, met ƩƩn tot vijf koninginnen, vind je op de productpagina van Camponotus nicobarensis.



Foto's: Ā© Lawrence Hylton, CC BY 4.0, via iNaturalist; Ā© portioid, CC BY-SA 4.0, via iNaturalist; @AntsArnhem

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page