Temperatuur
Messor muticus houdt van warmte, tussen 22 en 28 °C. Een beetje verwarming kan helpen bij de ontwikkeling van het broed en de groei van de kolonie. Verwarm je, doe dat dan maar op een deel van het nest, zodat de mieren zelf hun temperatuur kunnen kiezen.
Vochtigheid
Deze mieren hebben liever een vrij droog nest met een klein vochtig deel voor het broed. Het nest een of twee keer per week een beetje bevochtigen is meestal genoeg.
Voeding
Ze eten vooral zaden, zoals graszaad, gierst, chiazaad of andere kleine granen.
Af en toe kun je extra eiwitten geven met insecten zoals fruitvliegjes of kleine krekels.
Zoete vloeistoffen zoals honingwater kun je af en toe geven, maar dat is niet hun hoofdvoedsel.
Winterrust
Messor muticus heeft een winterrust nodig, van eind herfst tot begin lente, bij lagere temperaturen.
Nest en opstelling
Deze mieren doen het best in nesten met droge kamers om zaden in op te slaan. Nesten van acryl, gips of ytong, of natuurlijke opstellingen met een bodem van zand en leem werken goed. Een buitenwereld met een droge bodem is aan te raden, zodat de werksters makkelijk zaden kunnen verzamelen en verwerken.
Verdediging
Soldaten hebben sterke kaken en kunnen bijten als ze gestoord worden, maar de soort is over het algemeen rustig en goed te houden.