Prenolepis nitens Verzorgingsgids: Een Mier die van Koel Houdt
Prenolepis nitens is een kleine, glanzende mier uit Zuidoost-Europa met een mooie truc: sommige werksters vullen hun achterlijf met eten tot het opzwelt als een klein amberkleurig kraaltje. Zo hebben ze een voorraad voor de hele kolonie. Het is een soort die van koel houdt, vroeg in het voorjaar begint en het rustiger aan doet als het zomers warm is. Kolonies groeien langzaam en hebben een rustige, koele opstelling en een echte winterrust nodig. Daarom is het een soort voor mierenhouders die al wat ervaring hebben. Benieuwd hoe ze in de natuur leven? Lees dan onze 9 weetjes over Prenolepis nitens.
In het kort
Herkomst: Zuidoost-Europa, van de Balkan en Italiƫ tot Oostenrijk, Hongarije en Turkije
Moeilijkheid: ervaren
Kolonievorm: ƩƩn koningin per kolonie is het veiligst
Groei: langzaam, en sterk afhankelijk van het seizoen
Koloniegrootte: groot na vele jaren
Temperatuur: koel, niet verwarmen
Vochtigheid: gemiddeld, deels vochtig en deels droger, nooit kletsnat
Winterrust: nodig
Voer: suiker en kleine insecten, in kleine beetjes
Belangrijkste regel: houd ze niet warm
Uiterlijk en grootte

De werksters zijn klein, glanzend en roodbruin, ongeveer 3 tot 4 mm. Ze zien er allemaal hetzelfde uit, er zijn geen soldaten. De koningin is een stuk groter dan haar werksters, ongeveer 8 tot 9 mm, met een groot, glanzend achterlijf. De naam nitens betekent glanzend, en als je de werksters in het licht ziet, snap je waarom.
Werksters als honingpot

Sommige werksters worden een levende voorraadkast. Ze vullen hun achterlijf met suiker en vet tot het opgezwollen en doorzichtig is, en bewaren die voorraad voor de rest van de kolonie. Anders dan de echte honingpotmieren van Myrmecocystus hangen ze niet aan het plafond van het nest. Ze lopen gewoon rond met een volle buik. Je ziet zulke dikke werksters meestal pas als de kolonie een goed seizoen heeft gehad.
Waar leven ze?
Prenolepis nitens leeft in Zuidoost-Europa, van de Balkan en Italiƫ tot Oostenrijk, Hongarije en Turkije. In de natuur nestelt ze in de grond en in dood hout, vooral in loofbossen maar ook op open, grazige plekken. Ze houdt van schaduw en vocht en zit vaak onder stenen.
Een kolonie starten
Koninginnen beginnen hun kolonie alleen, na de bruidsvlucht in het voorjaar. Een startende koningin brengt haar eerste werksters groot op haar eigen reserves. Laat haar dus met rust in haar dichte reageerbuis tot de eerste werksters er zijn. Kolonies kunnen meerdere koninginnen accepteren, maar we weten niet of dat op lange termijn rustig blijft. Daarom verkopen we kolonies met ƩƩn koningin. In onze reageerbuisgids lees je hoe je een reageerbuis klaarmaakt.
Groei
De groei gaat langzaam, vooral de eerste jaren, en hangt sterk af van het seizoen. In het voorjaar is de kolonie het drukst, in de zomer gaat het rustiger. Na vele jaren kan een gezonde kolonie groot worden. Geduld hoort bij deze soort, daarom geven we hier geen tijdlijn.
Temperatuur: houd ze niet warm
Dit is de belangrijkste regel. Prenolepis nitens kan slecht tegen warmte, en kolonies die te warm staan gaan vaak dood. Gewone kamertemperatuur is genoeg, en een koel plekje in huis is beter dan een warm plekje. Houd ze weg van warmtematten en zonnige vensterbanken. Verwarmen is niet nodig en raden we ook niet aan.
Winterrust
Een koele winterrust is elk jaar nodig. Deze mieren kunnen goed tegen kou en worden vroeg in het voorjaar wakker. Rond hun winterrust, in de koelere maanden, zijn ze het actiefst. Geef tijdens de rust weinig eten, maar let op dat het water in de reageerbuis niet opraakt.
Vocht en water
Houd een deel van het nest gemiddeld vochtig en een deel droger, zodat de kolonie zelf kan kiezen. Laat het nooit kletsnat worden: condens, waterdruppels of schimmel betekenen dat het te nat is. Het water in de reageerbuis is meestal genoeg als drinkplek.
Voer
Suiker: geef suikerwater maar in kleine beetjes. Werksters verdrinken er makkelijk in, dus gebruik een klein druppeltje of suikergelei in plaats van een open bakje.
Insecten: kleine insecten zoals fruitvliegjes, of kleine stukjes van andere voerdieren.
Porties: houd ze klein en haal restjes weg voordat ze gaan schimmelen.
Water: het water in de reageerbuis is meestal genoeg.
Huisvesting
Startende koningin: laat haar met rust in haar dichte reageerbuis tot de eerste werksters er zijn.
Jonge kolonie: laat ze zo lang mogelijk in de reageerbuis wonen. De All-In-One Test Tube Outworld Small is ideaal: een reageerbuis met een kleine buitenwereld eraan.
Grotere kolonie: zet ze pas over naar een nest als de reageerbuis echt te klein is. Een klein gaasnest werkt heel goed voor deze soort. Kies geen te grote opstelling.
Houd ze rustig
Stoor ze zo min mogelijk. Vaak kijken, trillingen en de kolonie verplaatsen maken ze snel zwak. Zet de opstelling op een rustige, koele plek waar hij kan blijven staan, en kijk vooral zonder eraan te zitten. De werksters zijn klein, dus zorg dat stoppen en aansluitingen goed dicht zitten.
Is Prenolepis nitens iets voor jou?
Prenolepis nitens is een mooie soort als je al wat ervaring hebt en iets anders wilt: een mier die het drukst is als andere mieren rusten, met werksters die veranderen in kleine amberkleurige kraaltjes. Je hebt wel geduld nodig, een koel plekje en een echte winterrust. Daarvoor krijg je een van de bijzonderste Europese soorten die je kunt houden. Bekijk onze Prenolepis nitens kolonies. In de video hieronder wordt deze soort heel goed uitgelegd.
Bronnen
AntWiki. Prenolepis nitens.
AntWiki. Prenolepis.
Foto's: koningin door @photography_by_gus; werkster Ā© Jonghyun Park, CC BY 4.0, via iNaturalist.




Opmerkingen