
Maak kennis met Camponotus castaneus, in het Engels bekend als Chestnut Carpenter Ant of Red Hazelnut Carpenter Ant. Deze reuzenmier valt op door de roodoranje kleur en de bijzondere manier waarop ze nestelt. Je vindt ze vooral in het oosten van de Verenigde Staten. Ze zijn schuw en vooral 's nachts actief. Of je nu al ervaring hebt met mieren of net begint, Camponotus castaneus is een bijzondere soort om te houden.
Camponotus castaneus
Camponotus castaneus nestelt meestal in de grond, onder stenen of in rot hout en afgevallen takken. Je vindt ze vaak in loofbossen, waar ze hun nest maken aan de voet van bomen, zoals Fagus grandifolia, op plekken waar de grond vochtig is. Ze hebben het liefst vrij warme en vochtige kamers en zijn vooral 's nachts actief. De kolonies worden redelijk groot, tot een paar honderd mieren, met één koningin, werksters van verschillende formaten en soms soldaten en extra grote soldaten.
Koop je een kolonie Camponotus castaneus, zorg dan voor een omgeving die lijkt op hun natuurlijke leefomgeving. Ze hebben een geschikt nest nodig met de juiste temperatuur, vochtigheid en genoeg ruimte om te groeien. Omdat ze schuw zijn en vooral 's nachts actief, zijn ze misschien niet de beste keuze voor beginners, maar wel een mooie soort voor mierenhouders met wat meer ervaring.
Voeding: Camponotus castaneus is niet kieskeurig. Ze eten graag suikers uit fruit, honingdauw en suikerwater, en eiwitten uit insecten zoals fruitvliegjes, meelwormen en kleine krekels. Vries of kook insecten die je zelf buiten vangt eerst, zodat je geen mijten binnenhaalt.
Vochtigheid: Deze mieren hebben een gemiddelde vochtigheid nodig. Houd 50 tot 70% vochtigheid in het nest en 50 tot 60% in de buitenwereld. Meestal is het genoeg om een deel van het nest vochtig te houden.
Temperatuur: Camponotus castaneus doet het goed bij 24 tot 28°C in het nest en 20 tot 28°C in de buitenwereld. Als je één kant van het nest verwarmt, kunnen de mieren zelf een fijne plek kiezen.
Winterrust: Deze soort houdt winterrust van november tot maart. Ze beginnen er vroeg mee en worden al rustig bij de eerste koele herfstdagen. Houd de temperatuur tijdens de winterrust tussen 12 en 15°C.
Steek/Beet: Camponotus castaneus steekt niet. Ze kunnen wel bijten, maar dat doet niet echt pijn. Wees voorzichtig als je met ze bezig bent, vooral om de koningin in de startfase geen stress te geven.
Nest en huisvesting: Camponotus castaneus past zich aan veel soorten nesten aan, zoals nesten in de grond, onder stenen en soms in rot hout. Thuis kun je ze in allerlei opstellingen houden, zoals een mierenboerderij, een bak of een gipsnest. Zorg dat het nest groot genoeg is voor de kolonie en gebruik een bodem van zand-leem en bosgrond, zodat het lijkt op hun natuurlijke omgeving. Met takjes, bladeren en stenen maak je het nog natuurlijker.
Ontwikkeling en levenscyclus: Camponotus castaneus doorloopt de normale vier stadia van een mier: ei, larve, pop en volwassen mier. Dat duurt ongeveer 35 tot 60 dagen, afhankelijk van onder andere temperatuur, voedsel en vochtigheid.
Bruidsvlucht en starten van een kolonie: De bruidsvluchten van Camponotus castaneus zijn in juni en juli, soms nog in augustus. Tijdens zo'n vlucht paren de koninginnen met meerdere mannetjes. Daarna verliezen ze hun vleugels en zoeken ze een goede plek om een nieuwe kolonie te starten. Koninginnen in de startfase hoeven geen eten te krijgen, maar ze zijn wel erg gevoelig voor stress.
Levensduur en koloniegrootte: Kolonies van Camponotus castaneus kunnen een paar honderd mieren groot worden. De koningin kan meer dan tien jaar oud worden en werksters kunnen meerdere jaren leven. Het eerste jaar groeit de kolonie langzaam, daarna wordt ze steeds groter.
Herkenning: Camponotus castaneus herken je makkelijk aan de oranjerode kleur, het gladde borststuk en achterlijf en de enkele knoop daartussen. Werksters zijn 7 tot 10 mm, soldaten 10 tot 14 mm en koninginnen 18 tot 20 mm. Ze hebben geen angel en een opvallend hoekige kop. Oudere werksters hebben vaak een donkerdere kop.















