Van bijenkast tot mierenkolonie: een portret van Stef Vleminckx
- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Op een druilerige namiddag in Mariekerke staan in de tuin van Stef Vleminckx twee werelden naast elkaar: een rij bijkasten en een tafel met mierenkolonies. Voor de meeste mensen een ongewone combinatie. Voor Stef is het de normaalste zaak van de wereld.

Begonnen als kind van acht
Stef was acht jaar oud toen hij zijn eerste Lasius niger-koningin in een bakje deed. Niet gekocht, maar zelf gevangen. Hij volgde haar op de voet, keek hoe ze eitjes legde, hoe de eerste werksters verschenen, hoe er iets ontstond wat hij nog niet kon benoemen maar al volledig begreep: een kolonie.
"Na school ging ik altijd meteen kijken naar de vooruitgang van de kolonies", vertelt hij. Sommige hield hij in zijn kamer, andere zette hij later vrij in de tuin. Naast Lasius niger ving hij ook Lasius flavus-koninginnen. Klein beginnen, maar met grote ogen.
Op zijn elfde voegde hij daar het imkeren aan toe. Logisch, zegt hij zelf. De interesse in insecten was al zo breed dat bijen eigenlijk vanzelf kwamen.
Twee superorganismen, één perspectief
Meer dan veertig jaar later is Stef nog altijd gefascineerd door hetzelfde principe dat hem als kind al greep. "Hun gedrag als superorganisme: de taakverdeling, de zorg voor het broed en de koningin, hoe zoveel individuen samen één geheel kunnen vormen. Dat blijft me boeien."
Bijen en mieren zijn voor hem geen aparte hobby's maar twee vensters op dezelfde wereld. Toch ziet hij de verschillen scherp. Een bijenvolk ontploft in het voorjaar: de koningin legt op haar hoogtepunt tweeduizend eitjes per dag en de kolonie barst op enkele weken uit haar voegen. Midden de zomer begint dat volk alweer te krimpen. Een mierenkolonie groeit trager, maar stopt niet. Ze bouwen gestaag verder, jaar na jaar.
En hoewel mensen veronderstellen dat zijn imkerervaring hem heeft geholpen bij de mieren, draait Stef die redenering om. "Feitelijk is het andersom. Het bestuderen van mieren heeft mij geholpen bij het imkeren. Ik probeer altijd kenmerken die ik bij mieren zie terug te vinden in het gedrag van de bijen."

Costa Rica: kogelmieren en bladsnijders
Gevraagd naar zijn meest onvergetelijke moment met mieren hoeft Stef niet lang na te denken. Het was niet thuis, maar in Costa Rica. Op korte afstand een kolonie kogelmieren zien, en even verderop bladsnijdersmieren in het regenwoud aan het werk: nette rijen werkers, elk met een stuk blad boven hun kop, onvermoeibaar op weg naar hun nest.
Het is dan ook niet toevallig dat een Atta-kolonie bovenaan zijn verlanglijst staat. "Ik vrees alleen dat ik er in het bijenseizoen onvoldoende tijd voor zal hebben", zegt hij eerlijk. "En zo'n soort verdient de zorg die ze nodig heeft."
Messor, Camponotus en een darrenkogel
Thuis houdt Stef momenteel Messor barbarus, Messor capitatus en Camponotus nicobarensis. Een mooie mix van graanzaadoogsters en timmermieren. Bij de bijen heeft hij door de jaren heen ook zijn aandeel onvergetelijke momenten verzameld, waarvan de darrenkogel er één is: een zwerm darren die achter een koningin aan vliegt tijdens de bevruchting. "Dat was wel speciaal", zegt hij met een glimlach die aangeeft dat speciaal hier een understatement is.

De mond valt open
Wanneer Stef mensen vertelt dat hij mieren houdt, trekt er regelmatig iemand een raar gezicht. Bijen snappen mensen. Mieren? Dat is iets anders. Maar zodra hij de kolonies laat zien en erover begint te praten, kantelt de reactie volledig.
"Mensen zien graag grotere dieren, maar insecten vinden ze soms storend. Tot je er over begint te praten, dan valt hun mond dikwijls open door de prachtige dingen die ze laten zien." Dat bijen al duizenden jaar gehouden worden en honing, propolis en bijenwas opleveren speelt mee: mensen herkennen de waarde ervan. Mieren hebben dat verhaal nog niet in de brede samenleving, maar Stef is ervan overtuigd dat het er aankomt.

De basis van de natuur
Als je Stef één boodschap mocht vragen voor mensen die nog twijfelen, dan is die simpel: begin eraan.
"Het is zo een uitgebreide wereld en er valt zoveel te beleven en bij te leren. Ik zou het iedereen aanraden."
Insecten zijn voor hem de basis van de natuur. Niet de meest spectaculaire dieren als je ze apart bekijkt, maar als systeem, als superorganisme, als stille motor van het ecosysteem: onvervangbaar. En oneindig boeiend voor wie er eenmaal echt naar kijkt.
Stef Vleminckx is imker en mierenhouder uit Mariekerke (Antwerpen) en runt BEEWORLD.




Super geschreven